L.A.-files: paranoïa Afdrukken E-mail
maandag, 25 april 2011 23:46

Nu ik eindelijk een eigen kamer heb, breekt een volgende fase aan: het inrichten. Dat komt ongeveer neer op: bed, bureau, televisie, telefoon, pc en internet. Ook heb ik een auto nodig. Maar het vinden van een geschikte wagen blijkt moeilijker te zijn dan verwacht. De auto's die ik aan een testrit onderwerp, zijn ofwel te duur, of ze vallen stil na tien meter. Ik raak doordrongen van het idee dat ik niemand kan vertrouwen, dat zowat iedereen me wil oplichten. Paranoïa. Maar dat idee sluit wellicht nauw aan bij de werkelijkheid.

paranoia

Intussen loop ik school aan de UCLA en zet ik mijn eerste stappen als schrijver. Tot mijn grote spijt zit ik in een groep met niemand van mijn leeftijd. Bruce werkt bij de krant, Helena is een non, Macy een huismoedertje, ... Na elke les gaat iedereen meteen naar huis, omdat het morgen "werkedag" is. Terwijl ik nood heb aan een avond crashen op café, zoals we dat in België met de vrienden zouden doen. Ik kom er snel achter dat Los Angeles België niet is... en dat mijn vrienden ver weg zijn.

Ik doe mijn best om zoveel mogelijk snel geregeld te hebben. Na dik een anderhalve maand heb ik eindelijk een pc en internet (trage verbinding) en kan ik TV kijken op mijn kamertje. Dagelijks hou ik contact met de thuisbasis. Charlotte doorloopt de eerste maanden van haar rechtenstudie en heeft het prima naar haar zin. Eindelijk kan ik talloze mails beantwoorden. Maar leuk is anders. Rosa en Ferran zijn (zie eerdere blog) geen fijne mensen. Ze klagen over alles wat niet in orde is. In gedachten zie ik Ferran nog staan met een vork in zijn rechterhand die volgens hem niet goed afgewassen was. Ik heb het ding bekeken, goed bekeken, en ik zag niks "vuil" of wat dan ook. Ferran hield van klagen, was uit op mijn 800 dollar per maand, maar wilde niet leven met de nadelen (de televisie die speelde, de geur van een kort gebakken steak, noem het op).

Mijn leven in LA suckt. Ik doe inkopen in Vons, zoek een bakker, een beenhouwer, maar vind die niet. Alles is BIG en onpersoonlijk, werkelijk geen mens die je ooit aanspreekt. De buurt waar ik woon is zo voorspelbaar als kalkoen op Thanksgiving. De enige persoon op wie ik kan terugvallen is David, de man waarvan ik ooit dacht dat hij me wou vermoorden.

 

Share this!

Facebook Twitter Google Bookmarks
 
  

volg mij

Piet Baete © 2012